Muurplanten in Amsterdam

Ze hebben mij altijd al gefascineerd; muurplanten. Ik ken ze vooral van mijn vroegere vakanties uit mijn jeugd, waar gigantische bosschages uit natuurstenenmuren groeide of kleine varens uit rotswanden in de Alpen. In Nederland hebben we ook toffe muurplanten kwam ik op later leeftijd achter, zo ook in Amsterdam. Daar groeien de hardleerse en stoïcijnse plantjes op de kademuren, compleet blootgesteld aan weer en wind. Aan de Amsterdamse grachten moeten sommige exemplaren ook nog de afgeladen toeristenbootjes ontwijken wanneer ze tegen de kades opbotsen, of dronkenmannen verdragen die over hun hoofd heen plassen. Ik heb het met ze te doen. Als ik fiets langs de grachten en ik zie de vele muurplanten die Amsterdam rijk is, vraag ik mijzelf af hoelang het plantje al groeit op die eeuwenoude kademuur. Soms zie je uit één geschikte plek wel drie verschillende soorten plantjes groeien. Hoe verdragen ze elkaar? Hoe lang vechten ze al om het licht? En met een droge zomer, na weken zonder neerslag zoals in de zomer van 2018, hoe komt het dat jullie het overleven? Ik vraag me dan af tot hoever de worteltjes in de kademuur reiken. Ik kan mij voorstellen dat een kademuur volgens capillaire werking water omhoog transporteert, maar heeft een plantje op 2,5 meter boven het waterpeil daar nog steeds profijt van? Terwijl ik mijzelf dromerig op de fiets verder tussen de toeristen weef, zie ik een post-apocalyptisch Amsterdam voor mij waar de grachten volledig zijn overgroeid met gigantische varens en mosbedden. Helaas is het tot die tijd het tegenovergestelde, alles wordt in Nederland minutieus strak gehouden..

De meeste muurplanten groeien van nature op rotsen in berggebieden, in Nederland oorspronkelijk beperkt tot het heuvellandschap. Menselijke invloeden hebben het areaal van deze plantengroep flink uitgebreid.  De mergelgroeves in Zuid-Limburg hebben gezorgd voor een flinke lokale explosie van groeiplaatsen van verschillende muurplantensoorten. In de rest van Nederland vind je muurplanten op stadswallen, grachtenmuren, kademuren, sluismuren, bruggen, dammen, waterputten, kerkhofmuren, tuinmuren en muren van oude panden. De Freek Vonk van de (Nederlandse) muurplanten is toch wel Ton Denters. Hij is een actief publicerende bioloog gespecialiseerd op flora (en fauna) in steden. 

9434e9ee20fd9dc9b8577d94fb9792a5dccc4a42

Successie

Successie is het ecologisch proces waarbij de soortensamenstelling continue veranderd binnen een habitat, tot een stabiele levensgemeenschap gevormd wordt. Vaak begint successie met een lage soorten diversiteit bestaande uit pionierssoorten, en eindigt het in een stabielere rijke soortencompositie. De eindfase van deze successie wordt bepaald aan de fysische eigenschappen van de habitat, oftewel o.a. afhankelijk van de oriëntatie t.o.v. de zon, vochtbalans en voedselrijkdom.

Streepvarens

Veel muurplanten behoren tot de streepvarenfamilie (Asplenium) zoals de tongvaren, steenbreekvaren, zwartsteel, groensteel, schubvaren. Asplenium bestaat uit het Griekse woord Asplénon wat miltkruid betekent, in de Middeleeuwen werden deze planten gebruikt tegen miltziekten.

Muurplanten zijn vrij specialistisch, ze gedijen alleen op standplaatsen met specifieke vochtbalans, zuurtegraad en voedselrijkdom. Een nieuwe muur is niet direct geschikt voor muurplanten, dat duurt gemiddeld tussen de 15 en 25 jaar. De muur is in het begin te basisch door het te veel aan kalk, aanwezig in de voegen. Deze kalk spoelt met de tijd langzaam uit. Door de temperatuurschommelingen door de seizoenen heen en de regen, verweert de muur langzaam en breken er stukjes af en ontstaan er scheurtjes. Op deze plekken vestigen de eerste pionierssoorten zoals: muursterretje (Tortula muralis), gewoon zijdemos (Homalothecium sericeum) en gewoon muisjesmos (Grimmia pulvinata). Vanaf dit moment vindt er successie plaats. Nadat de muur enigszins verweerd is en de pionierssoorten zich hebben gevestigd verschijnen de eerste hogere vaatplanten ten tonele, en verschuift de successie naar het volgende stadium. Algemene muurplanten zoals muurvaren (Asplenium ruta-muraria), muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis) maar ook de zeldzamere mannetjesvarens (Dryopteris felix-mas) zijn nu te vinden op de muur. In het volgende stadium vindt men o.a. steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) en tongvaren (Asplenium scolopendrium), zie foto’s onder aan op pagina, op de wat meer vochtige en beschaduwde muren. Muurbloem (Erysimum cheiri) en klein glaskruid (Parietaria judaica) staan dan op de stikstofrijkere en zonnige muren.

Groeivormen

Planten hebben verschillende groeivormen, sommige groeien in de aarde (terrestrisch), andere in/op bomen (epifytisch) en muurplanten groeien op rotsen (lithofytisch). Eikvarens kunnen op alle drie de wijzen groeien.

Tongvaren (Asplenium scolopendrium)

Tongvarens gedijen steeds beter in onze steden. Deze soort die notoir slecht tegen strenge winters kan, voelt zich steeds beter thuis in het iets warmere stadsklimaat en zachtere winters. Incidentele strenge winters kunnen echter een flinke deuk in de (landelijke) populatie veroorzaken.

In de Wet natuurbescherming staan een aantal muurplanten opgenomen als beschermde soorten. Amsterdam draagt haar steentje bij door zelf nog een paar extra soorten te beschermen via de gedragscode. Dat wil zeggen dat zonder geldige reden, de groeiplaatsen niet zomaar mogen worden verwijderd of beschadigd. In sommige gevallen is hier niet om heen te werken. In Amsterdam zijn sommige kademuren in zo’n slechte staat dat ze verzakken. Hiermee is natuurlijk de publieke veiligheid in het geding. De gemeente en haar stadsecologen houden echter dan nog steeds bewust rekening met de groeiplaatsen. Recentelijk is er een grootschalige muurplanten-inventarisatie uitgevoerd door de KNNV, waarvan de resultaten inzichtelijk zijn gemaakt voor het publiek op een interactieve kaart. Ben je zelf op zoek naar muurplanten, probeer ze dan zelf te determineren met de zoekkaart van Floron, er zijn tegenwoordig zelfs makkelijke determinatie-apps zoals Pl@ntnet

Schubvaren (Asplenium ceterach)

Zeer zeldzame muurplant. In Amsterdam komt de schubvaren sinds de jaren '80 mondjesmaat voor. Sinds 1999 is de populatie explosief gestegen van 22 tot >500 groeiplaatsen in 2013. Het Stenen Hoofd is op dit moment het bolwerk voor schubvaren in Nederland (KNNV, 2013). Foto: Koen Wonders.

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)

De naam van deze varen spreekt toch wel tot de verbeelding. Hoewel zijn naam doet vermoeden, breekt deze plant weinig stenen. Hij dankt zijn naam omdat hij zich in bestaande scheuren van rotsen/stenen nestelt. In Amsterdam is deze soort niet ontzettend zeldzaam. Mogelijk te danken omdat hij beschermd is onder de gedragscode. Foto: Koen Wonders.