Huismussen in Amsterdam

“De Amsterdamse Huismus maakt comeback” kopte AT5 afgelopen week. De huidige broedpopulatie wordt op 6500 paren geschat, in vergelijking met 3400 broedparen in 2007. Prachtig nieuws wat laat zien dat het werk van de stadsecologen vruchten afwerpt. Daarnaast is dit nieuws mooi voor mijn wetenschappelijke ego, aangezien ik de broedende huismussen populatie in 2014 al op 6200 paren had geschat middels mijn afstudeeronderzoek. 

De huismussen begonnen in de jaren ’80 en ’90 massaal te verdwijnen uit het straatbeeld. Deze achteruitgang werd veroorzaakt door een breed scala aan veranderingen waar de huismussen niet mee om konden gaan. Zo werden de dakpannen vervangen door bitumen shingles, die geen broedgelegenheid bieden voor deze holtebroeders. De daken die nog wel dakpannen kregen werden geheel afgedicht en geïsoleerd zonder kiertjes en gaten meer. Daarnaast werd het straatbeeld opgeruimd; geen rommelige hoekjes meer met struiken die bescherming bieden voor katten en sperwers. De schone straten zorgen ook dat er niks meer valt te pikken voor de gevleugelde schoffies. Sommige ecologen denken dat de teruggang deels verklaard wordt door de invasie van roofvogels (met name sperwers) in de stad, die predateren op de mussen. De verdwijning van deze stadsesoort ging niet onopgemerkt, en kwam zelfs op de rode lijst te staan als “kwetsbaar”. Ook Amsterdam droeg haar steentje bij om de huismus weer terug te krijgen in de Amsterdamse straten. Zo hebben Martin Melchers en Geert Timmermans er voor gezorgd dat er honderden nestkasten zijn ingemetseld op IJburg, waarvan nu gretig gebruik wordt gemaakt door tal van huismussen, en in 2016 heeft Gert de Jong gezien dat de eerste gierzwaluw ook gebruik maakt van een nestkast!

Martin Melchers fietste in 2005 en 2006 heel Amsterdam af met een boekje om alle tjilpende huismussen te tellen en noteren. Hij schatte dat er in de stad ongeveer 3400 broedparen telde. Sinds 2014 tellen studenten van de Hogeschool Almere gebiedsdekkend de huismussen in Amsterdam, waar Menno Breider en Freek Bakker begonnen met stadsdelen Centrum en Oost. Over de jaren heen hebben meerdere studenten alle stadsdelen geteld, en deze inventarisaties hebben geleid tot de nieuwe schatting: 6500 broedparen. Ik vraag me wel een beetje af hoe de “effort” van één (natuurlijk wel zéér kundige) ecoloog in twee jaar kan worden vergeleken met de “effort” van een tiental studenten in drie jaar. Het gespendeerde aantal uren staat waarschijnlijk niet in verhouding tot elkaar..

In 2014 ben ik afgestudeerd aan de universiteit in Wageningen met mijn afstudeeronderzoek voor de gemeente Amsterdam: “Schatting Populatiegrootte Huismus en Gierzwaluw in Amsterdam“. Ik heb onderzocht hoe de totale populatie kan worden benaderd door een gedeelte van het onderzoeksgebied te inventariseren, in plaats van het gehele onderzoeksgebied gebiedsdekkend te inventariseren. Van de in totaal 470 buurten die Amsterdam telt, heb ik 16 buurten (432 ha) geïnventariseerd naar gierzwaluwen en huismussen, volgens een “random stratified sampling”. De buurten heb ik gestratificeerd naar de hoeveelheid groen (veel of weinig) en naar de leeftijd van bebouwing (niet oud of oud) met behulp van een ArcGIS-analyse. Na de inventarisatie heb ik de gemiddelde aantal broedparen per hectare per strata bepaald, en geëxtrapoleerd over het totale oppervlakte die elke strata behelst binnen de grenzen van Amsterdam. Ik heb de totale Amsterdamse broedpopulatie via deze methode op 6191 broedparen geschat door maar 2% van het totale oppervlakte te inventariseren in één seizoen. Met de aankondiging van Geert Timmers dat de broedpopulatie op 6500 paren wordt geschat kan ik niet anders dan concluderen dat mijn onderzoek een gedegen manier lijkt om het aantal huismussen te schatten over een groot oppervlakte. Natuurlijk moet dit nog gevalideerd worden met meer onderzoeken, maar het begin is er..

De gemeente Amsterdam lijkt voorop te lopen met deze inventarisaties van stadsvogels en het natuurinclusief bouwen. Maar andere gemeenten zijn ook al bezig. Zo zijn er in Tilburg ook projecten opgestart om gebouwbewonende soorten in kaart te brengen en te beschermen. Een groter overkoepelend project voor Breda, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch en Helmond staat nog in de kinderschoenen. Mocht er daarbij nog hulp nodig zijn, kunnen ze me altijd benaderen :)

 

 

 

 

 

Leave Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *