Bijenproblematiek en natuureducatie

(Foto: Akkerhommel op mijn balkon)

Bijenproblematiek en natuureducatie

Al van jongs af aan kijk ik naar vliegende insecten, vroeger bij ons thuis in de tuin en daarna fotograferend met mijn eerste macrolens op de Maashorst bij Oss. Wat ik vroeger allemaal onder een handjevol soorten schoof, kon ik fotograferend en met behulp van mijn insectengids al snel determineren tot een gigantische groep. Anno 2016 heb ik mijn balkonnetje om proberen te toveren tot een waar bijenparadijs, met verschillende nectar en pollen producerende planten die bloeien in verschillende gedeelten van het seizoen. Op deze manier probeer ik mijn eigen steentje bij te dragen voor de oplossing van de Nederlandse bijenproblematiek.

Nederland kent maar één soort honingbij, de Westelijke honingbij (Apis mellifera), welke nagenoeg allemaal in een gedomesticeerde omgeving leven bij imkers. Er zijn daarentegen wel 357 Nederlandse wilde bijen soorten (waaronder hommels), waarvan 54% op de rode lijst staan, die in de vrije natuur leven. Het belang van de bijen is gigantisch, immers wordt 80% van de Nederlandse flora door deze insecten bestoven. Qua bestuiving spelen de wilde bijen wellicht nog wel een grotere rol dan de gedomesticeerde bijen. Waar de honingbijen met name nectar verzamelen, voor o.a. de productie van honing, verzamelen de wilde bijen voornamelijk pollen voor hun nageslacht. Tevens vliegen honingbijen voornamelijk op “grote drachten”, zoals fruitbomen en landbouwgewassen, zodat de bestuiving van kleinschalige (zeldzame) planten grotendeels wordt verzorgd door de meer specialistische wilde bijen.

Het is algemeen bekend dat sinds de jaren ’50 de bijenpopulaties achteruit gaan. Daarvoor zijn legio redenen te benoemen; afname van de kwantiteit en kwaliteit van bloeiende planten; afname geschikte nestplekken; gebruik bestrijdingsmiddelen etc.. Sinds 2000 wordt er ook in de mainstream media bericht over met name de problematiek voor wat betreft de honingbijen, waar wordt gesproken over een “bijenverdwijningsziekte” (CCD). Al met al genoeg redenen om voor een groot aantal gemeentes hierop hun beleid aan te passen, waaronder Amsterdam.

Groep 4 met GroenteRaketZo wordt er door de stadsecoloog van stadsdeel Noord, Fred Haaijen, een bloemenlint aangelegd. Dit lint bevat nectar producerende planten welke een voedingsbron zijn voor bijen. Daarnaast ondersteunt de Gemeente Amsterdam allerlei projecten die awereness creëren voor de achteruitgang in bijen. Waaronder het project van BeeCare Amsterdam, dat van Amsterdam een bijenbeschermingszone wil maken en kinderen wil informeren. Samen met Hans Kalliwoda ga ik basisscholen in Amsterdam af met een natuurles om kinderen te informeren over het nut van de bijen, en wat we samen kunnen doen om ze te ondersteunen. Zo heeft Hans de GroenteRaket ontwikkeld, een verticaal object waar inheemse bijenplanten in gezet worden die bijdragen aan een voedselbron gedurende de belangrijkste delen van het jaar.

Of we het tij weten te keren, dat weet ik niet. Ik doe in ieder geval mijn best om de jongste generatie te overtuigen van het nut van bijen, en wat we kunnen doen om ze te helpen. Maar ik hoop niet dat we over een paar decennia Chinese capriolen moeten uithalen om de schappen te vullen met Nederlanse appels..

 

6 Comments

Leave Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *